Met de kop in de wind
Telerscollectief Pijnacker gaat voor schone energie
Interview met Ted Duijvestijn, woordvoerder van Windkracht N470 in Kas Magazine december 2011
Moeilijke tijden vragen voor alledaagse problemen een onalledaagse aanpak. Dat is in ieder geval de overtuiging van tomatenteler Ted Duijvestijn en drie collega-telers uit Pijnacker. Samen hebben zij het voornemen om vijf windmolens te bouwen. “2011 was gewoon een rot jaar voor de glastuinbouw. Maar dat betekent niet dat je je hoofd moet laten hangen. Dan zak je alleen maar verder weg,” stelt de tomatenteler. Het tomatenbedrijf Gebr. Duijvestijn had in 2011 niet alleen te maken met de negatieve gevolgen van EHEC. Ook de aardwarmtebron die het bedrijf in gebruik nam, functioneerde niet naar behoren. De miljoeneninvestering ligt nog steeds stil.
Schone stroom
“We moeten toch door en wij geloven dat duurzame glastuinbouw de toekomst heeft”, zegt Duijvestijn. “Onze kassen zullen zeker een keer met aardwarmte worden verwarmd. De wkk’s gaan dan minder draaien. Dus zoeken we naar een alternatieve manier van elektriciteitsopwekking. We hebben gekeken naar zonne-energie, maar dat is voorlopig veel te duur. Windenergie lijkt ons een logische optie.” Een aantal studenten van Hogeschool In Holland kreeg de opdracht voor een vooronderzoek naar mogelijkheden en beperkingen van windenergie. Zij spraken met techneuten, beleidsmakers en omwonenden en concludeerden dat er kansen liggen voor een windmolen bij het tomatenbedrijf in Pijnacker.
“Ja, en dan kan je alles alleen doen, of je kan kijken wat er samen mogelijk is. Drie bedrijven hier in de buurt waren eigenlijk direct enthousiast voor windenergie. Dat zijn Hazeu Orchids, LG flowers en Van den Berg Roses. Samen met hen hebben we DLV en een adviesbureau ingeschakeld om een plan voor de gemeente en de provincie te maken. Straks willen we ook een aantal zaken samen oppakken, zoals de inkoop van de molens, het organiseren van de infrastructuur en het onderhoud van de molens. Op dit moment is het nog een heel erg losse samenwerking. Er ligt nog niet veel vast. Tegen de tijd dat de molens operationeel worden, zullen we natuurlijk wel een aantal harde afspraken maken. Het is trouwens sowieso heel goed om in je directe omgeving meer te communiceren met collega’s die andere gewassen telen. Dat gebeurt veel te weinig, terwijl er zo veel raakvlakken zijn.”
Vijf molens
Het plan is inmiddels gereed. De bedoeling is dat er vijf windmolens zullen worden gebouwd die samen jaarlijks een vermogen van circa 20.300 MWh produceren. Het worden naar verwachting kleine molens van maximaal honderd meter hoog, omdat ze in de aanvliegroute van vliegveld Zestienhoven liggen. De molens zullen niet alleen elektriciteit voor belichting op de tuinbouwbedrijven leveren. Zij gaan ook zo’n 5.800 huishoudens – ofwel 15.000 inwoners – van stroom voorzien. Als het plan gerealiseerd wordt, betekent dat dat straks een derde van de inwoners van Pijnacker groene elektriciteit krijgt van deze molens.
Er is nog wel een aantal knelpunten dat moet worden opgelost. Ten eerste moeten de molens worden opgenomen in de structuurvisie van gemeente Pijnacker-Nootdorp. Verder zijn er nog vragen over de invloed van de molen op de luchthaven in Rotterdam en op de straalpaden (vrije banen in het landschap met een breedte van circa 200 m voor telecommunicatie).
‘Vertel het verhaal’
“We hebben in november twee informatieavonden belegd, één voor omwonenden en één voor stakeholders, zoals de provincie, de gemeente en milieuorganisaties”, vertelt Ted Duijvestijn. “Daarnaast heb ik mensen van de verschillende politieke partijen hier in de gemeente direct benaderd en heb ik hun het plan uitgelegd.”
Duijvestijn vindt het heel erg belangrijk om het verhaal goed te vertellen. “We gaan discussie niet uit de weg met partijen die kritisch staan tegenover het plan. Ik merk dat door over het plan te praten de tegenstanders hun mening vaak bijstellen. Alle ideeën zijn trouwens welkom. Zo ben ik bijvoorbeeld met een ingenieur van 87 jaar in gesprek over de techniek. Er blijkt nog heel veel mogelijk op het gebied van windenergie.”
Als alles volgens planning verloopt, zullen de windmolens halverwege 2013 draaien, verwacht de ondernemer. “We zijn nu bezig met het vergunningentraject en het financiële plaatje wordt uitgezocht. Ten eerste is er natuurlijk de opbrengst uit de windenergie. Daarnaast bekijken we voor welke subsidies we in aanmerking komen.”
Windenergie
“Windmolens maken het plaatje voor duurzame glastuinbouw compleet”, vindt de tomatenteler. “Ik geloof in deze vorm van duurzame energie in aanvulling op aardwarmte. We zullen in Nederland steeds meer toegaan naar ‘smart grids’, waarin lokaal de energievoorziening wordt geregeld tussen energieproducenten en -gebruikers. We dragen met dit plan voor aardwarmte én windenergie trouwens ook flink bij aan het terugdringen van de CO2-emissie. Voor de teelt zullen we OCAP-CO2 blijven gebruiken. Zo kan de glastuinbouw van CO2-producent zelfs CO2-consument worden.”
Hij besluit: “Windenergie is een beetje uit beeld in de glastuinbouw. Ik weet niet waarom. Lang geleden werden de eerste windmolens in Nederland gebouwd. Het is een bewezen concept en is dus goed beschouwd een heel logische oplossing. Wat mij betreft heeft iedere kas over een aantal jaar zijn eigen windmolen.”




