Interview Sjaak Bakker
Concurrentie de baas met 10 cent per m2 voor onderzoek
Jaarlijks draagt een Nederlandse glastuinder een flink bedrag af aan vakheffing via het PT. Een deel daarvan gaat naar onderzoek. Wat is het rendement van deze vorm van dienstverlening voor de sector? Onderzoeksmanager Sjaak Bakker en enkele ondernemers aan het woord over de kosten en baten van onderzoek.
Onder Glas, april 2011
De verschillende sectoren in Nederland investeren uiteenlopend in onderzoek en ontwikkeling. De elektrotechnische industrie loopt voorop, met 40% van de omzet voor R&D. De voedingsmiddelenindustrie geeft daarentegen nog geen 2,5% uit. Landelijk gezien besteedt Nederland 1,7% van het Bruto Nationaal Product aan R&D, terwijl de Europese richtlijn 3% is.
De investeringen vanuit de glastuinbouw voor R&D steken daar matig tegen af. In 2011 stelt het Productschap Tuinbouw (PT) via de vakheffing ongeveer 10 miljoen euro beschikbaar voor technisch onderzoek aan glasgroenten, bloemen, planten en energie. Dit komt overeen met 10 cent per m2. Bij een globale omzet van de glastuinbouwsector van 50 euro per m2 is dit 0,2% van de omzet.
Is onderzoek duur?
“Het is een steeds terugkerende vraag. Is dat bedrag voor onderzoek nu veel of weinig?” zegt Sjaak Bakker, manager bij Wageningen UR Glastuinbouw. “In absolute zin is het natuurlijk een fors bedrag, aan de andere kant is het goed om te realiseren dat het gaat om een dubbeltje per vierkante meter, dus minder dan de kosten voor een halve kuub gas.”
Bovendien, dat budget is niet het enige geld dat in onderzoek wordt gestoken in de tuinbouw. De toeleverende bedrijven investeren ook geld in onderzoek en er is financiering vanuit het ministerie van EL&I, de Europese Unie, provincies, gemeenten en andere (internationale) fondsen. Met dit geld wordt al het onderzoek uitgevoerd in de praktijk en bij Wageningen UR Glastuinbouw, TNO, Green Q Improvement Centre, DLV, LTO Groeiservice en andere onderzoeks- en adviesbureaus.
Bakker: “Wij weten trouwens voor elke euro via het PT er twee uit andere bronnen bij te krijgen. Elke euro die de praktijk inbrengt, levert zo drie euro op voor onderzoek.”
Aardwarmte
“Onderzoek speelt van oudsher een grote rol in de glastuinbouw. Veel innovaties zouden zonder collectief gefinancierd onderzoek niet of trager tot stand zijn gekomen. Een voorbeeld is aardwarmte”, aldus de manager. “In 2005 inventariseerden we op verzoek van het PT de mogelijkheden van deze energiebron. Twee jaar later onderzocht vleestomatenkwekerij A+G van den Bosch de haalbaarheid van de toepassing van aardwarmte op hun bedrijf en in 2011 verwarmt het bedrijf twee locaties volledig met aardwarmte.”
De overheid stimuleert inmiddels de toepassing van aardwarmte met beleid en met garantie- en subsidieregelingen en meerdere glastuinbouwbedrijven zetten in op deze energiebron. Vorige maand was de opening van het aardwarmteproject bij potplantenbedrijf Ammerlaan in Pijnacker en er worden nieuwe aardwarmteputten geboord bij andere glastuinbouwbedrijven. Inmiddels heeft een stuk of tien glastuinbouwondernemingen een opsporingsvergunning aangevraagd.
Buitenluchtaanzuiging
Andere voorbeelden van innovaties die voortkomen uit onderzoek zijn energiebesparing door vochtbeheersing met buitenluchtaanzuiging en het concept van Het Nieuwe Telen. Bakker: “Zonder het pionierswerk van onderzoekers en telers aan de GeslotenKas bij Themato en de Energieproducerende Kas bij Stef Huisman zouden we deze kennis niet hebben. Ook dit onderzoek is gefinancierd uit de vakheffing en uit geld afkomstig van het ministerie EL&I.”
De manager concludeert: “In het onderzoek zoeken we grenzen op zonder dat ondernemers daarvoor individuele risico’s lopen. Dat levert veel kennis op. De glastuinbouw is erg efficiënt als het gaat om de besteding van onderzoeksgeld. In vergelijking tot andere landen hebben we in Nederland de zaken goed geregeld. Er is efficiënt en goed overleg tussen overheid, bedrijfsleven en onderzoekspartijen. De tuinbouw blijft zo voor een dubbeltje per m2 de concurrentie de baas. Daar moeten we zuinig op zijn.”
[KADER]
Drie voorbeelden van het resultaat van onderzoek
Een rondje langs onderzoekers en ondernemers in de sector geeft een beeld van het rendement van de investeringen in onderzoek en het belang daarvan voor de praktijk.
Het optimaliseren van het kasdek komt het rendement van een glastuinbouwbedrijf ten goede. In de periode 2006 tot 2011 besteden PT en het ministerie van EL&I daarom ruim 1 miljoen euro voor onderzoek aan diffuus glas. Tot nog toe komt dit neer op een investering van 0,15 cent per m2 per jaar voor de hele sector. Wageningen UR Glastuinbouw deed en doet, net als een aantal andere partijen, proeven met komkommer, paprika, tomaat en roos onder diffuus glas.
Hogere opbrengst bij diffuus glas
Uit het onderzoek blijkt dat diffuus glas de opbrengst met zo’n 8 tot 10% kan verbeteren. Dit resultaat was voor tomatenteler Pieter van Gog uit Horst-Meterik aanleiding om een praktijkproef met diffuus glas uit te voeren. Hij zegt: “Eerlijke en onafhankelijke informatie uit het onderzoek is onmisbaar, juist als het gaat om glassoorten. Als ondernemer heb je niet de mogelijkheid om een eerlijke vergelijking te maken tussen materialen en de leverancier zal dat niet doen.” De praktijkproef in 2009-2010 bij Van Gog bevestigde dat er meer productie mogelijk is met name in de zomer.
Diffuus glas kan dus de productiviteit van de Nederlandse glastuinbouw flink vergroten. De productiewaarde van tomaat, komkommer en paprika was in 2009 ongeveer een miljard euro. De waarde van de potentiële meerproductie ligt dus tussen de 80 en 100 miljoen per jaar. Daar staat wel een meerprijs tegenover van zo’n 4 tot 5 euro per m2 voor diffuus glas. Als echter één procent van de bedrijven kiest voor diffuus glas, zal de investering in dit onderzoek de sector binnen een paar jaar geld opleveren.
Concurrentiepositie paprika
Een schoon product zonder residu is voor paprika’s in met name Duitsland van cruciaal belang om een goede marktpositie te behouden. Omdat bladluis nauwelijks is te bestrijden zonder chemische middelen hebben paprikatelers besloten om ruim 300.000 euro uit te trekken voor onderzoek naar de biologische bestrijding van dit insect. Omgerekend is dat 2,5 cent per m2.
In het onderzoek is een sluipwesp gevonden die met succes kan worden in gezet om bladluizen te bestrijden en een gaasvlieg met potentie. Deze twee natuurlijke vijanden van bladluis voorkomen dat er chemische middelen nodig zijn. “Zonder een biologische oplossing voor bladluis loopt het voortbestaan van de Nederlandse paprikabedrijven gevaar,” stelt Gerrit Kornet van P8, de belangenorganisatie die acht paprikatelersverenigingen vertegenwoordigt. “De handel wil alleen nog onbespoten paprika’s.”
De exportwaarde van paprika is goed voor 700 miljoen euro en internationaal gezien is er veel concurrentie uit Spanje. Kornet: “De Spaanse concurrentie zit ons flink op de hielen. De rel in Duitsland een paar jaar geleden met Spaanse paprika’s waarin verboden middelen werden gevonden, heeft grote gevolgen. Spaanse telers werken ook met biologische middelen. We moeten nu meer dan ooit ervoor zorgen dat we onze voorsprong behouden.”
Versnelde toelating middelen
Als een gewasbeschermingsmiddel van de markt wordt gehaald, kan dat leiden tot grote problemen. Toen Ronilan in 2008 onverwacht verdween, was dat het geval in de slateelt. De slatelers moesten snel een oplossing vinden voor de lastige bodemschimmels. Het PT en het ministerie van EL&I stelden 22.000 euro beschikbaar voor een kort onderzoek.
Ees de Winter, slateler in Ridderkerk, zat in de begeleidingscommissie. Switch werd als één van de middelen beproefd. Hij stelt dat het onderzoek cruciaal was bij de versnelde toelating van het middel. De teler: “Dankzij de proefopzet en de goed gedocumenteerde resultaten was het voor de fabrikant niet moeilijk om een wijziging van de etikettekst te krijgen. Zo moet het: in drie stappen van onderzoek naar resultaat en toelating. De slateelt in Nederland is hiermee gered.”



